Domein
Categorie

Klimaatadaptief bouwen: de nieuwe norm

Een publiek-privaat consortium van meer dan 40 partijen in Zuid-Holland heeft een convenant gesloten en uitgangspunten geformuleerd om vanaf 1 januari 2020 klimaatadaptief bouwen tot het nieuwe normaal te maken. Een convenant waar de regio Utrecht van kan leren. En wel op 10 oktober tijdens het Get Connected Jaarcongres.

Op 10 oktober zijn er namelijk twee sessies aan dit convenant gewijd. Hierin komt u tijdens de eerste sessie meer te weten over de bouwstenen van het convenant en de door het consortium geleerde lessen. Tijdens de tweede sessie stellen we de vraag wat Utrecht met deze inzichten kan doen. Het Convenant Klimaatadaptief Bouwen is ondertekend door onder meer bouwbedrijven, gemeenten, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties, financiers en projectontwikkelaars.

Waarom klimaatadaptief bouwen?

Sander van der Wal van Bureau &Flux (powered by BLOC) was betrokken bij de totstandkoming van het convenant:  “De Provincie Zuid-Holland heeft een aanzienlijke uitdagingen als het gaat om klimaatadaptatie. Het is een kustprovincie, er zijn grote rivieren en er is veenweidegebied, dat met bodemdaling te maken heeft en ga zo maar door. Daarbij komt nog eens een flinke bouwopgave. We beseften dat er een groot risico was dat er woningen bijgebouwd zouden worden, zoals dat altijd gedaan werd. Dan zouden de klimaat gerelateerde uitdagingen alleen maar groter worden. Dat was reden om eens heel goed na te denken.  We hebben de focus gelegd op nieuwbouw en we zijn begonnen bij de markt. In eerste instantie hebben we de markt gevraagd hoe zij tegen de problematiek aan kijken. Herkennen ze het, staat het op de agenda en wat kunnen we er samen aan en mee doen?

Waarom een convenant?

Het was een ongestructureerd probleem”, geeft Van der Wal aan. “Van wie was het probleem eigenlijk? En nu, met het convenant is het een gedeeld probleem. De oplossingen waren nog niet duidelijk en ook niet wie, wat en hoe we dit zouden gaan organiseren. Dat was echt nog de vraag, maar het samen erkennen en samen de schouders eronder willen zetten was de start voor het convenant. De vraag was op dat moment: hoe nu verder? De groep die bij elkaar kwam om het hierover te hebben, groeide en kwam echt vaak bij elkaar. In die bijeenkomsten hebben we samen bedacht wat, hoe en wie. En we zijn samen tot de convenant tekst gekomen. Dat is dan nog wel tekst, maar het samen formuleren van die tekst was belangrijk; iedereen committeerde zich aan de inhoud en de acties die nodig waren”.

Producten, hulpmiddelen en een witboek

De coalitie legde de principes vast in een programma van eisen voor klimaatadaptief bouwen dat vanaf begin 2020 gehanteerd wordt, een leidraad die beschrijft hoe je kunt toetsen of een ontwerp ook echt voldoet aan de klimaatadaptieve ambities die je hebt geformuleerd, plus een witboek met technische en economische mogelijkheden. Bovendien willen de Zuid-Hollandse partners inzichtelijk gaan maken of en zo ja hoe groot de financiële implicaties van deze ambities zijn.

Tekst gaat verder na beeld

Van der Wal: “De kern werd in de gesprekken duidelijk. We gaan producten en hulpmiddelen maken, die alle uitdagingen met betrekking tot klimaatadaptatie aangaan. Van wateroverlast, hittestress, nadelige gevolgen van langdurige droogte, tot overstromingsveiligheid en bodemdaling. Klimaatadaptief bouwen moet leiden tot minder van dat alles en tot meer biodiversiteit. We zijn in de tussentijd al aardig op weg geraakt om de beloftes in te lossen. Eind van dit jaar zijn alle producten af en er worden deze al toegepast op de eerste locaties”.

Het convenant naar de regio Utrecht op 10 oktober

Dit is ook het moment om de samenwerking met andere partijen en regio’s aan te gaan. We hebben het in Zuid-Holland bedacht, maar het gebruik, het in de praktijk brengen en ervaren of alles werkt zoals gedacht en bijvoorbeeld ook gebruiksvriendelijk is, dat ontdekken we graag met andere partijen. Ook de financiële consequenties moeten de komende tijd blijken. Ook de sessies op 10 oktober in Utrecht zijn in het kader van delen van ervaringen en inspireren. We willen graag ontdekken wie er nog meer voordeel bij kan hebben. Lukt het in Utrecht ook?”

Leidsche Rijn als voorbeeld van Klimaatadaptief bouwen

Is er dan nog helemaal geen voorbeeld van klimaatadaptief bouwen in de regio Utrecht? “Zeker wel”, zegt Constantijn Jansen op de Haar, bestuurder van het waterschap Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. “Het beste voorbeeld is Leidse Rijn. We hebben toen als waterschap naast de bouwkeet van de gemeente ook een eigen keet gehad. We hebben toen intensief samengewerkt en ons samen gebogen over de vraag hoe je zo’n gebied nu zo inricht, dat het klimaatadaptief is. Dat resulteerde bijvoorbeeld in waterdoorlatende bestrating, wadi’s en veel groenpartijen. We zijn dus al tijden geleden begonnen. We hebben in de regio Utrecht ook een Coalitie Ruimtelijke Adaptatie en pasgeleden hebben we nog een subsidie van het Rijk gekregen, die vijf gemeentes in ons gebied de kans geeft om klimaatadaptieve oplossingen. De gemeente Houten laat bijvoorbeeld rondom het stadhuis een klimaatadaptieve tuin aanleggen”.

Bewoners spelen een sleutelrol

We kunnen veel doen in coalities en convenanten, maar de grootste rol ligt misschien wel bij de bewoners. De meeste niet bebouwde omgeving is in handen van particulieren. Als zij die ruimte, hun tuinen, vol leggen met tegels dan gaat het mis. Ook moet je afspraken maken om het gedrag zich ook aanpast. In een wijk waar oppervlakte wordt onttrokken, moet je mensen duidelijk maken dat zij hun auto niet op straat moeten wassen, omdat het dan in dat oppervlaktewater terecht komt, dat nog voor andere doeleinden gebruikt moet worden”. 

We willen graag ontdekken wie er nog meer voordeel bij kan hebben. Lukt het in Utrecht ook?”

Samen en integraal naar een mooiere wereld

Dat moeten we als waterschap samen met gemeentes nog duidelijker maken aan inwoners. Het is een verhaal van een lange adem, waar we ook op zoek zijn naar andere partners, slimme verbindingen. Denk aan tuincentra, waar mensen die tegels voor hun tuin kopen. Daar kun je ze ook de alternatieven laten zien. En tuinarchitecten, ook een belangrijke groep. Want zij zitten om tafel met mensen om een nieuwe tuin te ontwerpen. Daarbij moet het voor mensen ook leuk worden om met klimaatmaatregelen aan de slag te gaan. Met een mooi vooruitzicht: van meer water en groen wordt de wereld gewoon mooier!

Met elkaar in gesprek op 10 oktober

Jansen op de Haar is aanwezig bij het EBU Jaarcongres op 10 oktober en is benieuwd naar de sessies over het Convenant Klimaatadaptief Bouwen en gaat graag in gesprek en op zoek naar nieuwe partijen om mee samen te werken aan dit thema. Van der Wal: “We vinden het mooi dat er in Utrecht interesse in is en we gaan dan ook graag het gesprek aan. In een eerste sessie zullen we vooral informeren en inspireren. We delen de resultaten en vertellen over de plannen en ambities. De tweede sessie is een verdiepende sessie waarin we het gesprek aangaan over hoe het convenant past bij de ambities en mogelijkheden van Utrecht. Kan het worden opgepakt op een Utrechtse manier? Want ik geloof in regionaal maatwerk. Geen regio is hetzelfde en het is belangrijk om dat mee te nemen in de aanpak naar klimaatadaptief bouwen. Ons streven is in ieder geval dat klimaatadaptief bouwen het nieuwe normaal wordt. Niemand kan dat alleen. Overheid, waterschappen, de markt en kennisinstellingen moeten er samen voor gaan staan en op tijd het gesprek met elkaar aangaan. Voor Utrecht kunnen we een mooie start maken op 10 oktober!

Vind hier meer informatie over het Utrecht Region Get Connected jaarcongres

 

Irene ten Dam

Irene ten Dam is domeinmanager Groen bij Economic Board Utrecht.

06-33679256 06-33679256