Domein
Categorie

Gezamenlijke inspanningen werpen vruchten af

De instroom bij zorgopleidingen in de regio Utrecht neemt toe. Dat is goed nieuws; de collectieve inspanningen werpen vruchten af. Stageplaatsen, ziekteverzuim en uitstroom verdienen aandacht.

Instroom versnelt

De aanmeldingen bij opleidingen voor zorg en welzijn van ROC Midden Nederland lieten voorgaande jaren al groei zien. “Die versnelt nu fors,” zegt Rene Gelens, directeur Gezondheidszorg College. “Bij onze zorgopleidingen in de regio Utrecht stijgt de instroom met 6%, bij welzijn zelfs met 14%. Ter illustratie: bij Verpleegkundige – een van de tekortberoepen – werden vorig jaar 100 studenten geplaatst; nu bijna het dubbele.”

Het aanbieden van onderwijs op maat maakt de opleidingen aantrekkelijker voor studenten, denkt Gelens. “Ook de wervingscampagne ‘Ik Zorg’ slaat aan. En de toenemende rol van technologie maakt de zorg sexy, zeker voor jongeren.”

Krachtige communicatie

Binnen MBO Amersfoort biedt de School voor Gezondheidszorg een breed scala opleidingen aan. “Onze instroom laat een gestage groei zien; komend schooljaar is deze bij de zorgopleidingen zo’n 10%,” zegt directeur Marian Hoogebeen. De toename bij de opleiding Verpleegkunde valt op. “Een resultaat van zowel de landelijke campagnes als de inspanningen van het Regionaal Actieplan Aanpak Tekorten.” Communicatie blijkt een krachtig instrument. “Daarin wordt bijvoorbeeld benadrukt dat ook de ouderenzorg een aantrekkelijke, afwisselende werkomgeving is.”

Verschil maken

Met locaties in Utrecht, Hilversum en Leerdam verzorgt MBO Utrecht zowel BOL- als BBL-opleidingen in zorg en welzijn. “Het aantal aanmeldingen neemt ook bij ons toe,” zegt onderwijsdirecteur Judith Veltman. “Gemiddeld ligt dat zo’n 6% hoger en stijgt nog steeds. Jongeren willen het verschil maken en zorginstellingen zijn bereid te investeren. We hebben de afgelopen jaren veel energie gestoken in samenwerking met en opleiden in zorginstellingen. Het is belangrijk die onderwijsinnovatie gezamenlijk te blijven vormgeven. Naast het verhogen van de instroom moeten we ook aandacht hebben voor de andere kant. Helaas verlaten nog te veel studenten en medewerkers de zorg.”

Zeker van een baan

Hans Aerts – manager van de bachelor Verpleegkunde van de Hogeschool Utrecht (HU) – ziet het aantrekkelijke toekomstperspectief als belangrijke drijver voor de hogere instroom. “In 2013 had de bachelor Verpleegkunde zo’n 900 studenten, nu gaan we richting 2.000. Ook bij andere HU-zorgopleidingen neemt de instroom toe.” De stijging werd in crisistijd ingezet. “Binnen de gezondheidszorg was er toen wel voldoende werk. En de tekorten nemen toe, dus ook nu ben je zeker van een baan. Dit zorgt er tevens voor dat meer mensen uit andere sectoren de overstap maken. Voorheen waren er bij Verpleegkunde hooguit een dertigtal zijinstromers, nu ruim honderd.”

Bovenop het leerproces

Aan stageplaatsen heeft de HU tot nu toe geen gebrek. “In de verschillende regionale overleggen maken we de stijgende behoefte tijdig kenbaar. Additionele trigger: bij een instelling die minimaal acht stagiaires plaatst, geeft een HU-docent wekelijks flankerend onderwijs op de werkvloer. Hierdoor is de zorginstelling minder tijd kwijt aan begeleiding. En het stelt ons in staat om de kwaliteit van het leerproces op de voet te volgen. Ook onze stagecoördinatoren zitten hier bovenop. Zij hebben korte lijnen met het werkveld.”

Inhaalslag kost tijd

Door de goede, regionaal georganiseerde contacten met zorgaanbieders heeft MBO Amersfoort voldoende stageplekken, meldt Hoogebeen. “Alleen bij doktersassistentes is het lastig; een landelijk probleem.” Ook ROC Midden Nederland heeft genoeg stageplaatsen. “Zaak is wel om dit te borgen bij de actuele groei,” aldus Gelens. “Daarnaast verdient de kwaliteit van de begeleiding alle aandacht. De zorg is een prachtig vak maar je komt vaak dicht bij mensen. Dat kan zeker voor jongeren confronterend zijn. Daarbij moeten ze gecoacht en ondersteund worden. Die verantwoordelijkheid ligt zowel bij opleiders als bij werkgevers. Tijdens de recessie zijn hele lagen uit zorgorganisaties weggesneden. Die worden nu node gemist.”

Enthousiaste en bevlogen begeleiders voor stagiairs

Hoogebeen herkent het geschetste beeld. “Een aantal jaren geleden zijn veel praktijkopleiders ontslagen. Met behulp van subsidies wordt dat nu hersteld maar deze inhaalslag kost tijd.”

Door de hoge werkdruk wordt soms teveel gevraagd van stagiaires. “Als je snel veel verantwoordelijkheid krijgt, lijkt dat aantrekkelijk en stoer. Maar het is niet altijd verantwoord. We gaan dan met de betreffende instelling in gesprek. Ook leren we studenten om grenzen aan te geven; tot hier en niet verder.”

“Jonge mensen maken vaak een bewonderenswaardig snelle ontwikkeling door in hun rol als toekomstig zorgprofessional,” ervaart Veltman (MBO Utrecht). “Maar die ontwikkeling staat en valt met adequate begeleiding. Die wordt bemoeilijkt door de hoge werkdruk in de zorg. Daarom een nadrukkelijk pleidooi voor enthousiaste, bevlogen begeleiders die de ruimte krijgen om hun kennis over te brengen.”

“Allianties zorgen voor een inhoudelijke basis om tot de benodigde acties en vernieuwing te komen"

Inzet blijft hard nodig

Domeinmanager HCA Ramses de Groot is blij met de stijgende instroom bij de zorgopleidingen. “Een bewijs dat de collectieve focus in deze regio vruchten afwerpt. Recente CBS-cijfers laten echter zien dat we alert moeten blijven. Positief is dat het verwachte toekomstige tekort in de zorg lager ligt dan bij eerdere prognoses. Maar de benodigde aantallen zijn nog altijd zodanig dat de gezamenlijke inzet hard nodig blijft. Zowel bij het aantrekken van nieuwe generaties verpleeg- en zorgkundigen als bij de zij-instroom uit andere sectoren.”

Medewerkers behouden

Uit het CBS-onderzoek blijkt ook dat zowel ziekteverzuim als uitstroom in de zorg toenemen. “Die ontwikkeling moet stoppen. Het is eeuwig zonde als mensen die mede door alle inspanningen kiezen voor de zorg later toch weer afscheid nemen van het vak. Niet alleen instroom maar ook het behoud van medewerkers in de zorg verdient daarom alle aandacht.”

Allianties maken het verschil

Rondom fricties op arbeidsmarkt organiseert de Human Capital Agenda allianties van belanghebbenden. “Met elkaar brengen we de kloof in beeld tussen onderwijsaanbod en de vraag naar arbeid, met elkaar overbruggen we die kloof door een gezamenlijke aanpak,” stelt Ramses de Groot. “Hiermee kunnen we adequaat inspelen op zowel de economische actualiteit als ontwikkelingen op langere termijn. Allianties zorgen telkens voor een inhoudelijke basis om tot de benodigde acties en vernieuwing te komen.”

“In de Human Capital Agenda werken alle bij de arbeidsmarkt betrokken partijen niet naast elkaar maar gezamenlijk aan actuele thema’s,” zegt Hans Aerts. “Die combinatie is waardevol en biedt veel perspectief.” Rene Gelens ziet een rol als aanjager van innovatie. “Denk aan thema’s als modulair onderwijs, positieve gezondheid en future care labs. De Human Capital Agenda kan daarbij zorgen voor verbinding met het bedrijfsleven.” Veltman hoopt op een creatieve impuls. “Door de brede samenstelling kan de Human Capital Agenda de zorgketen helpen om buiten bestaande kaders te denken. Belangrijk daarbij is de ruimte voor trial and error. Liever in de praktijk testen of iets werkt dan er nog een jaar over vergaderen.”

Meer weten? 

Meer weten of verder praten over dit thema? Neem contact op met Ramses de Groot.

Ramses de Groot

Ramses de Groot is domeinmanager Human Capital Agenda bij Economic Board Utrecht.

030 - 238 28 58 030 - 238 28 58