Categorie

Publiek-private innovatie

De berichten in de pers over Nederlandse bedrijven geven reden tot hoop, ondanks de problemen waar bijvoorbeeld de retail mee kampt. Steeds meer Nederlandse high tech startups opereren grootschalig op internationale markten: van Adyen (online micropayments) en WeTransfer (postbode van grote databestanden) tot Blendle (digitale krantenkiosk), Icecat (online productcatalogi) en Green Peak Technologies (chips voor sensors). Thuisbezorgd.nl en booking.com hebben markten veranderd zoals Amazon dat voor de boekenbranche heeft gedaan. Overheden kunnen het idee dat ze Silicon Valley moeten imiteren, daarom gerust loslaten. Nederland heeft een andere voedingsbodem voor ondernemers, maar een die zeker zo waardevol is. Duitsers hebben een mooi spreekwoord: In der Beschränkung zeigt sich der Meister. Vrij vertaald en toegepast op ondernemerschap: in een kleine, complexe omgeving als de Nederlandse, vergt het alle creativiteit om tot een succes uit te groeien. Jonge Nederlandse tech-ondernemers hebben misschien minder ‘attitude‘ dan Amerikaanse, maar zeker zoveel talent. Ook (buitenlandse) investeerders krijgen daar oog voor.

In een kleine, complexe omgeving als de Nederlandse, vergt het alle creativiteit om tot een succes uit te groeien.

Opschaling van innovatieve oplossingen is hiervoor wel een sleutelfactor. En dat is waar overheden en andere publieke organisaties wel degelijk een rol kunnen spelen. De spraakmakende Amerikaanse hoogleraar Mazzucato hamert daar al lang op: overheden spelen een cruciale rol bij ontwikkeling van nieuwe technologieën, producten en diensten. Tijdens een recent debat bij BNR over publiek-private samenwerking toonde de Gelderse gedeputeerde van infrastructuur zich op dat punt verfrissend openhartig: overheden moeten als opdrachtgevers niet sturen op instrumenten die ze zelf kennen, maar op doelen, ook als daarvoor oplossingen worden aangereikt die ze níet kennen. Hij stak de hand volledig in eigen boezem: dat soort innovatief opdrachtgeverschap is bij overheden slecht ontwikkeld. We willen wijs omgaan met publiek geld, en kiezen daarom uit zekerheid voor beproefde oplossingen, ook al zijn die misschien ingehaald door efficiëntere nieuwe methodes. Daarmee ontzeggen overheden de samenleving en hun ondernemers mogelijkheden voor innovatie. Wat een gemiste kans!

Ik pleit daarom niet alleen voor publiek-private samenwerking maar voor publiek-private innovatie: van PPS naar PPI. Overheden en andere publieke organisaties kunnen bij hun inkoop veel meer dan nu sturen op doelen in plaats van op instrumenten en middelen. Daarvoor hoeft het wettelijk kader niet eens te veranderen, maar wel de wijze waarop aanbestedingen in de markt worden gezet. Rijkswaterstaat hoeven we niets meer te vertellen over innovatief inkopen, als we de Gelderse gedeputeerde mogen geloven. Waarom zouden we de ervaring van Rijkswaterstaat niet breder gebruiken?

En daar houdt de noodzakelijke innovatie van overheidsgedrag niet bij op. Nota bene de hoogste ambtenaar van het ministerie van EZ brak in zijn traditionele nieuwjaarsartikel recentelijk een lans voor flexibilisering van wet- en ook lokale regelgeving om nieuwe verdienmodellen ruimte te geven. Voor Utrecht zeer actueel, nu taxi-app Uber ook in de Domstad is gestart. Brancheorganisatie KNV zag medio vorig jaar geen reden voor protest: Uber was gewoon een nieuwe app om taxidiensten te bestellen. Het veelbesproken UberPOP is, welbeschouwd, een betaald autodeelsysteem, zoals Snappcar dat ook is. Autoverhuurders schoten niet in een kramp van Snappcar, en Centraal Beheer Achmea heeft er een speciale verzekering voor ontwikkeld. Kijk, dan maak je innovatie gewoon mogelijk.

Henk Broeders

Henk Broeders is voorzitter van de Economic Board Utrecht.