Domein
Thema
  • Langer zelfstandig wonen
Categorie

Tablets voor ouderen: een terug- en vooruitblik op de pilot in Utrecht Oost

Gelijktijdig met de Get Connected Gezond op 17 mei vond de eerste Nationale Dialoog Gemeenschapskracht plaats in stadion Galgenwaard in Utrecht. Overal in het land nemen bewonersinitiatieven zelf verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid in hun dorp of wijk, door ondersteuning, welzijn, zorg en wonen te organiseren. In de regio Utrecht heeft het afgelopen jaar bijvoorbeeld een pilot plaatsgevonden in Utrecht Oost, waarbij een tablet werd ingezet om eenzaamheid tegen te gaan en in een informatiebehoefte te voldoen onder oudere bewoners van deze wijk. In deze longread leest u een terugblik. Wat zijn de geleerde lessen uit de pilot? En vooruitkijkend: krijgt de pilot een vervolg?

Eenzaamheid is een groeiend probleem voor veel ouderen. Jelle van der Weijde, domeinmanager Gezond bij de Economic Board Utrecht (EBU): “Eenzaamheid is een ingewikkeld probleem dat kan leiden tot allerlei gezondheidsklachten en dat de kwaliteit van leven erg beïnvloedt. Niet alleen vanuit de behoefte van bewoners zelf is het van belang oplossingen te zoeken. Maar ook vanwege de kosten en de arbeidsmarkt in de zorg, die beide sterk onder druk staan de komende jaren”.

Ouderen in de wijk Utrecht Oost ervaren, net als ouderen in andere delen van ons land, nogal eens eenzaamheid. Ook blijven oudere bewoners vaak verstoken van informatie en innovatie. Anja van der Aa van het Wijkinformatiepunt: “De ouderen in de wijk zijn steeds op zoek naar informatie over en in de wijk. Maar hoe ontsluit je die informatie? Daarom is het wijkinformatiepunt Utrecht Oost opgericht. Op een gegeven moment kwam de vraag van Economic Board Utrecht of we de tablet en app wilden testen in de wijk Oost. Een tablet, die speciaal op maat gemaakt is voor ouderen, leek ons direct een mooie oplossing. We wilden het alleen wel eerst eens zelf zien. Een vertegenwoordiger van de wijkraad, de ouderenadviseur uit de wijk en het wijkinformatiepunt kregen een demo”.

Van Taiwan via Canada naar Utrecht

Van der Weijde ziet een oplossing in dit soort slimme toepassingen én samenwerking binnen de zorg: “Allerlei innovaties kunnen samen helpen om de kwaliteit en toegankelijkheid van welzijn en zorg op peil en in de hand te houden. Regionale samenwerking is daarvoor noodzakelijk. Dat biedt kansen voor de eigen bewoners, maar de regio kan ook als voorbeeld dienen voor gezonde verstedelijking, voor andere regio’s en zelfs internationaal. Daar zet de EBU zich van harte voor in”.

Van der Weijde legt uit hoe EBU zich binnen dit traject heeft ingezet: “De EBU heeft samen met het bedrijf Quanta computing uit Taiwan en hun vertegenwoordiger Taiwan Globalisation Network (TGN) gekeken naar de innovatieve tablet die Quanta in Canada heeft ontwikkeld met en door ouderen en verschillende zorgorganisaties. Met behulp van TGN is de tablet geïnstalleerd in de eigen woning van de ouderen, zodat het geheel voldeed aan de privacy- en andere van toepassing zijnde wetgeving. De samenwerking verliep uiterst plezierig, ondanks de cultuurverschillen en uiteenlopende verwachtingen”.

Veel interesse, maar de pilot bewust klein gehouden

Vanuit de bewoners bleek er direct veel interesse om mee te doen met de pilot. Van der Aa: “Wat daar ook meespeelde, was dat het via de ouderenadviseur uit de wijk liep. De mensen uit de wijk kennen en vertrouwen deze adviseur. Ook kende de adviseur de pilot. Dat dat in deze persoon samenkwam was erg belangrijk”.

Hoewel er veel interesse was, is de pilot bewust klein gehouden. Van der Aa legt uit: “We zijn begonnen met 25 ouderen uit de wijk, want we wilden het niet direct al te groot opzetten. Alles is namelijk al nieuw: de tablet, de opzet vanuit bewoners, het wijkinformatiepunt, een Taiwanese partij enzovoorts”.

De tablets werden uitgedeeld aan de geïnteresseerde oudere inwoners en er werden enkele tablets op vaste plaatsen neergezet, zoals bij de dagbesteding en de Aloysiuskerk.

Quanta en de implementatie

Dat er een Taiwanese partij betrokken was, die de wijk Oost niet kende, was volgens Van der Aa eerder een pluspunt dan een minpunt. “Ze waren oprecht geïnteresseerd in de wijk, stelden vragen en kwamen ook met een delegatie langs in de wijk. Dat viel heel goed bij de bewoners. Je merkt dat zulke partijen weten hoe ze met gebruikers kunnen implementeren. In Nederland zie je vaak dat er grote projecten worden opgetuigd van achter de tekentafel. En dan gaat het fout. In Taiwan draait het om: doen, leren, doen. In kleine stapjes.

Valerie Hsu van TGN namens Quanta over de pilot: “De pilot in Utrecht was een mooi leerproces om niet alleen de Nederlands cultuur en gezondheidszorg te leren kennen, maar juist ook om te zien hoe bewoners er zelf mee willen omgaan in hun eigen netwerk en wijk”.

De pilot in Utrecht was een mooi leerproces om te zien hoe bewoners er zelf mee willen omgaan in hun eigen netwerk en wijk

Valerie Hsu

Bewoners pakten de handschoen op

EBU ziet Van der Aa als de aanjager in dit project, maar de bewoners hebben het echt zelf opgepakt. Van der Weijde: “De bewoners werden nu echt betrokken en deden echt mee. Ouderen weten dat de digitale revolutie gaande is en willen maar wat graag meedoen. En dit is innovatie met eindgebruikers; een geschenk uit de hemel. De bejegening van de bewoners vanuit Quanta was ook heel goed. Dat is toch echt heel anders dan in andere projecten, waar er een adviseur of universiteit de wijk in komt en aan de slag gaat.”.

Dat de bewoners het eigenaarschap hebben, beviel goed. Van der Aa: “Je zag dat de eindgebruikers gedurende de hele pilot positief, leergierig en welwillend waren. En kritisch, maar daar leer je het meeste van. Het eigenaarschap bij de bewoners neerleggen, moeten we vaker doen. Daardoor worden dit soort trajecten anders, vlotter, efficiënter en leukerIk vind het ook heel stoer van de gemeente dat ze dit project mede mogelijk maken. Een project waarbij bewoners leidend zijn.

Selecteren gebruikers

De pilot is vrij snel afgerond; binnen vier maanden. Toch is er het nodige geleerd. Zo had de selectie van de deelnemende bewoners nog scherper gekund, volgens Van der Aa. “Nu waren er ouderen van 60 jaar en zelfs ouder dan 100. De een gezonder en meer actief dan de ander. Maar het blijkt toch echt het meest interessant voor mensen die hun huis niet meer uit komen. Om contact te houden met hun naasten, mantelzorgers en zorgprofessionals.En dan met name voor mensen die een gebrek aan motoriek en gezichtsvermogen hebben. Anders kunnen ouderen prima overweg met een gewone tablet of smartphone. De gezonde mensen uit de pilot gaven aan dat ze het interessant vonden, maar dat ze een dergelijke oplossing nu nog niet nodig hebben”.

Betaalde dienst bij communicatie met de huisarts

Zodra de tablet met app als betaalde dienst beschikbaar komt, is de verwachting dat de zelfselectie zorgt dat alleen mensen die de oplossing echt nodig hebben, zich melden. Of het te verwachten valt dat het ooit tot een betaalde dienst komt? Volgens Van der Aa wel: “Mensen willen wel gaan betalen voor de tablet met de app. Maar dan moeten er wel veel meer diensten en informatie op beschikbaar komen. Mensen willen hun eigen apps erop kwijt kunnen en de communicatie met de huisarts moet mogelijk zijn. Gelukkig hebben de huisartsen hier ook belangstelling voor”. Als het gaat om het toevoegen van basisfunctionaliteiten geven bewoners aan dat ze behoefte hebben aan het toevoegen van contactpersonen, beeldbellen, nog meer activiteiten in de wijk, medische communicatie, zorgalarmering en meer gezondheidsinformatie. Bij het toevoegen van eigen apps geven ze bijvoorbeeld aan: sport, klassieke muziek, spelletjes, kerkomroep, regiotaxi, weer, en een old timer app.

Mensen willen hun eigen apps erop kwijt kunnen en de communicatie met de huisarts moet mogelijk zijn. Gelukkig hebben de huisartsen hier ook belangstelling voor”.

Anja van der Aa

Vervolg met meer ouderen, meer functionaliteiten en meer wijken

Het projectplan voor het vervolg is al geschreven. Daarin is plek voor 3 wijken, waarin 500 tot 2.000 bewoners 2 jaar lang aan de slag kunnen met de tablets. Daar wordt dan extra goed gelet op het selecteren van de deelnemers, zijn de wensen van de gebruikers zoals het toevoegen van functionaliteiten verwerkt. Aan interesse binnen wijken, bewoners en bijvoorbeeld huisartsen is er geen gebrek. Van der Aa: “Wel vergt het van alle partijen een investering dus er wordt nu gezocht naar middelen om het project te financieren”.

Ook bewoners zullen moeten investeren, maar in de pilot bleek al dat bewoners dat reëel vinden.  Van der Aa zegt daarover: “Van bewoners vragen we in de projectfase een eigen bijdrage van 10 euro per maand. Het liefst zien we dat mensen die dat niet kunnen betalen een bijdrage krijgen via een WMO-indicatiestelling. Er zijn al wel contacten met de gemeente, maar de gesprekken daarover moeten nog gevoerd worden”.

Wat ook nog duidelijk moet worden, is hoe Quanta van plan is om in Nederland te opereren. Op welke wijze kunnen zij en willen zij in de regio Utrecht positie innemen? Die vraag moet nog beantwoord worden.

Community-managers nodig

Een belangrijke drempel voor een bredere aanpak, van pilot naar project en hopelijk dienst, is volgens Van der Aa dat er een coördinerend persoon, een community-manager mist. “Je hebt iemand nodig die de wijk goed kent en thuis is in de techniek. Iemand die elke dag vraagt hoe het gaat en samen even kan gaan zitten achter de tablet om een app te installeren. Op dit moment kan geen enkele zorg-of hulpverlener die nu in de wijk rondloopt deze taak op zich nemen. Er is geen ruimte voor in hun opdracht, het is niet omschreven in de taken, wat ervoor zorgt dat er geen financiering voor is vanuit de middelen die vanuit de gemeente naar een wijk gaan. Er mist dus organisatie- en implementatiekracht in de wijken. Dat is een groot struikelblok en een drempel voor vervolg. We zijn nu wel bezig met het oprichten van wijkcoöperaties van bewoners, die hierin mogelijk een positieve rol kunnen oppakken”.

Belangstelling en draagvlak als randvoorwaarden op orde zijn

Wat is nu de conclusie na het afronden en overdenken van de pilot? Een positieve, maar wel met een actielijst. Er is zeker belangstelling en draagvlak bij bewoners en wijkpartners voor het aanbieden van een tablet voor ouderen in de wijk Utrecht Oost. Zeker als het gaat om ouderen die motorisch en visueel minder goed functioneren en eenzaamheid en/of gebrek aan informatie ervaren. Ook in andere wijken is de interesse er. Voorwaarde is wel dat er een coördinerende persoon of partij komt, dat basisfunctionaliteiten en extra mogelijkheden worden toegevoegd aan de app en dat er een oplossing komt voor het financieringsvraagstuk, waarbij minder geijkte paden bewandeld moeten worden.

Jelle van der Weijde

Jelle van der Weijde is domeinmanager Gezond bij Economic Board Utrecht

06-47556548 06-47556548